1 tegen 1

De 1 tegen 1 is een moeilijke techniek, die veel herhaling vereist. Daarnaast is het een techniek die altijd in een splitsecond toegepast wordt. Daarom dient deze techniek veel geoefend te worden. Er zijn meerdere soorten 1 tegen 1 technieken, die allemaal los van elkaar hieronder besproken worden. 

Welke techniek wordt toegepast, is afhankelijk van de afstand tot de bal op het moment van raken van de aanvaller. Daarom wordt de afstand ook vermeld.

K-blok/ blok-save (0,5 tot 1 meter)

Het K-blok dankt zijn naam aan de vorm van je lichaam tijdens de techniek. Het is de techniek die gebruikt wordt als de bal dicht bij je lichaam is. 

  1. Kom kort op de bal. Beweeg je op je voorvoeten richting de bal en maak de hoek voor de aanvaller kleiner.
  2. Hou je handen naast je knieën en maak ze klaar om te reageren.
  3. Hou je bovenlichaam rechtop.
  4. Op het moment van raken van de bal door de aanvaller, breng je een van je knieën naar beneden (BELANGRIJK, ZET JE KNIE NIET OP DE GROND!).
  5. Zorg dat je onderbeen parallel is aan de grond en je knie dusdanig dicht bij je hak dat de bal er niet tussendoor kan.
  6. Hou je bovenlichaam rechtop en spreid je armen. Zo bedek je de meeste ruimte.

Spreadsave (1 tot 3 meter)

De spreadsave dankt zijn naam aan het feit dat je het lichaam zo veel mogelijk spreid tijdens de techniek. Het is de techniek die gebruikt wordt wat verder van het lichaam is. 

  1. Kom zo kort mogelijk op de bal. Beweeg je op je voorvoeten richting de bal en maak de hoek voor de aanvaller kleiner.
  2. Hou je handen naast je knieën en maak ze klaar om te reageren.
  3. Hou je bovenlichaam rechtop.
  4. Op het moment van raken van de bal door de aanvaller, strek je een been naar de bal. Dit is het been dat het dichtst bij de bal is.
  5. Met het andere been breng je je hak naar je bil. Zodat de bal niet onder je door kan gaan.
  6. Hou het bovenlichaam een beetje voorover. Zodat als de bal het bovenlichaam raakt, hij voor je neer stuitert en hij dan opgeraapt kan worden.

Handen vooruit (3 tot 5 meter)

De handen vooruit is een vrij nieuwe techniek die veel lef/durf vereist. Het is de techniek die gebruikt wordt als de bal verder van het lichaam is. Dit is tevens de techniek gebruikt dient te worden als de bal tussen de aanvaller en keeper invalt. 

  1. Kom zo kort mogelijk op de bal. Beweeg je op je voorvoeten richting de bal en maak de hoek voor de aanvaller kleiner.
  2. Hou je handen naast je knieën en maak ze klaar om te reageren.
  3. Hel voorover met je bovenlichaam.
  4. Als het been van de aanvaller naar achter gaat, strek je je armen en bovenlichaam uit en zet je af met je benen.
  5. Blijf zo laag mogelijk bij de grond.
  6. Hou je handen dicht bij elkaar en zet kracht op je armen/handen. Hou je je handen niet bij elkaar, dan gaat de bal ertussen door en is het of een goal of vol op je neus. 
  7. Laat de bal je handen raken, en probeer een rebound te voorkomen door de bal weg te duwen of vast te houden.