Spelvoorzetting handen
In dit kopje waren alle mogelijke spelvoorzetting met de handen behandeld. Dit zijn altijd lopende spelmomenten.
Onderhands rollen
Het onderhands uitrollen van de bal, deze techniek wordt vooral gebruikt om op korte afstand een speler aan te spelen. Vaak een centrale verdediger of een back dichtbij.
- Houd de bal in je sterke arm.
- Ga door de knie van je standbeen tot je in een hoek van 90 graden zit.
- Klem de bal tussen je vingers en je pols en haal hem zo ver mogelijk naar achter. Houd je bovenlichaam rechtop.
- Zwaai met je arm naar voren.
- Laat de bal los op het moment dat je vingers het gras raken. Laat je hem te vroeg los, gaat de bal stuiteren. Bij te laat loslaten gaat de bal omhoog in plaats van vooruit.
- Zwaai door met je arm voor extra snelheid.
Bovenhands uitgooien
Met het bovenhands uitgooien van de bal kan de bal een grotere afstand afleggen, bijvoorbeeld naar een middenvelder.
- Houd de bal in je sterke arm.
- Zet een stap met je standbeen naar voren. Wijs met je andere arm naar voren zodat je kan mikken en een hefboom kan creëren.
- Klem de bal tussen je vingers en pols. Haal zo ver mogelijk naar achter. Houd je bovenlichaam rechtop.
- Haal je arm langs je oor.
- Laat de bal los op het moment dat je hand net voorbij het hoogste is. Bij te vroeg loslaten gaat de bal vooral omhoog, bij te laat loslaten stuitert de bal te vroeg en krijgt ie te weinig snelheid.
- Zwaai door met je arm voor extra snelheid.